Door het werken met langere sluitertijden beweegt een onderwerp tijdens de belichting en ontstaat onscherpte, een bewogen onderwerp.

Dit wordt door onze hersenen vertaald als ‘beweging’.

Je fotografeert echter iets wat je in werkelijkheid niet ziet, je creëert een nieuwe werkelijkheid.

Het water krijgt een vaag en wollig effect.

Instellingen:

De belichting van een foto wordt bepaald door een combinatie van:

de sluitertijd (tijd dat de sensor blootstaat aan licht),

het diafragma (grootte van de opening in het objectief)

de ISO waarde(de lichtgevoeligheid van de sensor).

we willen de ISO op 100 houden (geen ruis),

we willen een diafragma dat voldoende scherptediepte garandeert (8 – tot - 22)

en we willen een LANGE sluitertijd (meerdere seconden)

....dan lukt het niet meer om deze instelling te maken.

de lichtmeting zal “bij dag” een sluitertijd aangeven van 1/60, 1/125 of nog korter.

Nu moeten we de lichtmeting bedriegen door op onze lens een ND of grijsfilter te plaatsen.

Zo brengen we de belichting bijvoorbeeld 8 stops naar beneden.

De lichtmeting geeft nu sluitertijden van enkele “seconden”. Ons doel is bereikt.

De witbalans stellen we in volgens de weersomstandigheden.

                Bvb: bewolkte dag = witbalans op bewolkt

Fotografeer zeker op RAW

Objectieven 24 – 70mm; 16 – 35mm (landschapsfotografie in ’t algemeen)

Werkwijze:

Plaats je statief en zet de “stabilyser” op UIT

Maak je scherpstelling op manueel zonder ND of grijsfilter

Maak de uitsnijding van je foto. Alles staat nu klaar.

Vooraf dekken we nog de zoeker af met het afdekplaatje of een zwart kartonnetje (er kan via de zoeker strooilicht binnentreden bij die lange belichtingen)

Om te kunnen afdrukken zonder de camera te bewegen:         

ofwel vertraging 2 sec instellen

                               ofwel draadontspanner gebruiken

                               ofwel draadloze afstandsbediening gebruiken

Plaats nu je ND of grijsfilter op de lens

ND filter min 8 stops aanbevolen

Een Pola-filter helpt ook nog wat het licht te reduceren en geeft diepere kleuren

Nu komt het er op aan om te experimenteren met diverse sluitertijden.

Om het wollig vaag effect te bekomen heb je sluitertijden van enkele seconden nodig.

Bekijk telkens het effect na elke foto.

Zorg voor een goed gespreid (trapeziumvormig) histogram.

Succes....

Als je bij een stoplicht fotografeert zie je dat auto’s soms als een schim te zien zijn. Auto’s lijken dan doorzichtig te worden. Dit kan komen doordat de auto’s net niet lang genoeg stil staan om door de camera volledig geregistreerd te worden. Dit kan ook komen doordat jouw sluitertijd niet lang genoeg is. Hetzelfde zie je bij trams, bussen of metro’s. Ook die worden weergegeven als een schim of je kan zelfs door de metro heen kijken.

Als je je bewust bent van dit effect, kan je dit effectief toepassen en jouw creativiteit de vrije loop geven. Vaak zie je ook dat mensen schimmen worden of zelfs volledig uit beeld verdwijnen. Zelfs op de meest drukke punten kan het lijken alsof er niemand is, omdat mensen te veel bewegen om gezien te worden door de cameravrije loop laten.

Gruuthusebrug

Bij daglicht maken we gebruik van een ND filter. We gebruiken steeds een Statief, beeldstabilisatie uitzetten en ISO zo laag mogelijk houden.

Binnen de fotoclub wordt veel naar foto’s gekeken en beoordeeld. De auteur wil horen wat de anderen ervan vinden. We merken dat dit niet altijd een eenvoudige opdracht is. Daarom is het belangrijk om even stil te staan bij de manier waarop we naar een foto kijken.

Er zijn meerdere manieren om naar een foto te kijken:

  • Inhoud
  • verhaal
  • Techniek

Op 19 december 2008 kwam An Nelissen in 't Leitje spreken over modelfotografie. An is woonachtig te Gent. Zij heeft journalistiek en fotografie gestudeerd. Momenteel werkt ze als fotografe op de redactie van De Standaard. Haar werk bij de pers combineert ze met modelfotografie. Nadat ze een tiental jaar voor de camera stond, staat ze nu vooral achter de camera. An heeft inderdaad van haar 18 tot 28 jaar modellenwerk gedaan. Deze combinatie maakt dat ze de ideale persoon is om te praten over modelfotografie.

We konden een avond genieten van prachtige foto's en kregen heel wat interessante tips mee. An blijkt niet alleen een volleerd model en een ervaren fotografe te zijn maar bovenal een vlotte praatster.

An Nelissen

Een eerste tip dat An ons meegaf was om eens zelf model te spelen om alsdus te ervaren hoe onwennig het voelt als je in de spotlights staat. De meeste beginnende modellen zijn eerder verlegen en onzeker. Ze hopen mooi op de foto te staan maar dienen door de fotograaf hierin gestuurd te worden. Vooral jonge meisjes zoeken een vorm van bevestiging. Ze zijn onzeker over hun figuur. Het is de opdracht van de fotograaf om het model zo mooi mogelijk in beeld te brengen.

De meeste fotografen staan niet graag zelf op de foto. Door het toch eens te proberen om zelf te poseren kan je ondervinden welke houdingen gemakkelijk zijn en hoe belangrijk het is om niet te gespannen te zijn.

An is iemand die graag in slogans praat: "Een foto van een mooi meisje is niet noodzakelijk een mooie foto". Hiermee bedoelt ze dat de compositie, de houding van het model, het verhaal die achter een foto zit op zijn minst even belangrijk zijn als het meisje zelf. Het grootste compliment voor een fotograaf is: "dat meisje is echt fotogeniek". Dit is dan meestal het bewijs dat de fotograaf zijn opdracht goed heeft volbracht. Hij is erin geslaagd om het meisje mooi in beeld te brengen. Misschien bedoelen ze wel: "dat meisje is in het echt niet zo mooi als op foto".

Modelfotografie is meer dan techniek. Maar An wou ons toch ook wat technisch advies geven. Gebruik geen groothoek (24 mm) omdat je hiermee de gezichten doet opzwellen. Een groothoeklens is eigenlijk een reportagelens. Je kan gerust een grote zoom gebruiken (niet meer dan 300 mm). Een zoom is echter niet gemaakt om vanuit één positie te fotograferen. Durf te bewegen: ga eens wat dichter of juist wat verder. Probeer de zoom en bekijk hoe de brandpuntsafstand de inhoud van je foto verandert.

Je hebt twee mogelijke technieken binnen modelfotografie: je kan werken met natuurlijk licht of in een studio. Wanneer je in de studio werkt heb je eigenlijk drie flitsers nodig: twee vooraan en één achteraan. Bij studiowerk ben je wat beperkter. Het vraagt veel meer van het model. Daarom raadt An aan om te beginnen met buiten te fotograferen. Laat je model iets leuks doen.

Een volgende tip die we meekregen was om eerlijk te zijn met je model. Maak duidelijke afspraken. Als fotograaf moet je weten wat je wil. Fotograferen is een verhaal vertellen. Probeer dit verhaal duidelijk over te brengen naar je model. Kijk hierbij wat binnen de mogelijkheden is van de persoon die voor je camera staat. Jij moet je model sturen. Je kan bijvoorbeeld een aantal foto's meebrengen waarmee je kan demonstreren waar je naartoe wilt. Een fotograaf is echter geen fotokopiemachine. Probeer nooit een foto over te doen maar breng iets van jezelf in de foto.

Symetrische houdingen zijn zelden mooi. Vrouwen staan veel eleganter op de foto als ze schuin staan. Een zithouding is eveneens moeilijk. Je kan wel een stoel gebruiken om op te leunen. Verander niet bruusk van houding. Draai bijvoorbeeld eerst langzaam met het hoofd, verleg vervolgens je arm en zo ga je als model van de ene houding geleidelijk naar een volgende houding. Hierbij is het voor de fotograaf ook gemakkelijker om bij te sturen. Poseren is een beetje acteren. Schenk veel aandacht aan mimiek.

Als conclusie van deze geslaagde avond gaf An ons de volgende boodschap: fotografie is een sport. Oefening baart kunst. Hoe meer je probeert hoe meer je leert. Durf fouten maken.